In het donker stap ik de kamer binnen. Ik hoor ademhalen, rustig en regelmatig. Struikelend over een schoen, stoot ik tegen het bed. Het ademhalen gaat onverstoord verder.
Diep als een duiker verzonken in het duister slaapt ze.
In het donker vlij ik me tegen haar aan. Adem ingehouden. Ze stijgt, honderd meter per seconde en zoent me heftig op de mond. Een seconde. Langer kan ze niet boven blijven. Ze draait zich om en laat zich opnieuw verzwelgen door het duister.
Ik hoor ademhalen, rustig en regelmatig.
Mijn zeemeermin.