Oef. We zijn net terug van een weekendje rondhangen in de Wondering Gardens van de Boys. Ik heb er intens genoten van de zon, de verfrissende regen, de rosé, het inspirerende gezelschap, de geweldige kippen en het groen, groen, groen. Ik hou van natuur, van beestjes en plantjes en de aarde voelen tussen mijn handen, vandaar dat ik zo blij ben met onze tuin. We mogen er dan nog maar zes maanden wonen, de huisbazin heeft er blijkbaar even hard van gehouden en dus bloeit, groeit en tiert het groen er welig, met soms iets teveel enthousiasme.
Zo heeft een Japanse duizendknoop er zijn zinnen op gezet de tuin over te nemen. Het is een kleine ecologische ramp. Volgens Alys Fowler, in haar boek ‘De Creatieve Tuinier’, is de beste manier om daarvan af te geraken te verhuizen. Dat zijn we nog niet meteen van plan dus ben ik deze avond de jungle ingedoken om de vijand te lijf te gaan, in ware groene rambostijl. Of Green Giantstijl. Of vermomd als Green Goblin. In ieder geval als iets groens en gemeens. Grrrrrr!
Twee uur later heb ik gewonnen. Dit gevecht althans.
