We wonen sinds een klein jaar in een huis aan het Rabot.
Het is een gemengde wijk: kansarmen, Bulgaren, ex-junks, dealers, gezinnen met kinderen, koppels met huisdieren, Russen, Vlamingen, zwarten, bruinen, witten… het woont er allemaal. Wat ik fijn vind aan de wijk is het “sociale”: als ik Lola uitlaat, sla ik vaak een praatje met een aantal andere hondenwandelaars in de buurt; als we thuiskomen van het werk, vraagt de buurvrouw in gebroken Nederlands of we brood willen; in het weekend is er vaak een festival of feest op het terrein van de Gasmetersite. Het voormalige Alcatelterrein bestaat uit de oude betonnen vloeren van de fabrieken waarop nu plaats gegeven werd aan een aantal stadstuintjes, een speelruimte, twee voetbalterreintjes en wat containers die dienst doen als scoutslokalen. Mensen zijn er sociaal zonder dat dat tot al te grote overlast leidt. Dat is althans mijn visie op de buurt – praat met iemand zes straten verder en die vertelt je misschien een ander verhaal. (De Rabottorens wat verderop zijn drie torenhoge oude, uitgeleefde flatgebouwen waar mensen zeer dicht op elkaar wonen in niet altijd even goede omstandigheden.)
Het is een fijn huis: veel invallend licht, het staat voldoende op orde, we beschikken over een grote tuin en we voelen er ons thuis. Waar we vooral van genieten is de rust: ’s morgens slapen we ongestoord uit, tenzij het zondag is en de katholieke klokken ons wakkerluiden. De buren zijn rustig, op straat is er weinig commotie en daar hou ik wel van: rust.
De rustige buurt maakt echter deel uit van het project ‘Bruggen naar Rabot‘, dat is de overkoepelende titel waaronder een aantal stadsvernieuwingsprojecten vallen voor de Rabotwijk. Het terrein aan de Gasmeterlaan wordt in de loop van het volgende jaar gesaneerd, en er worden 450 wooneenheden voorzien met “ruimte voor recreatie, speelweefsel, buurtvoorzieningen, kantoren en handel.” De Gasmetersite wordt dus het toneel van werken, van verandering en van heel veel lawaai. Los van het feit dat het een noodzakelijk project is, kan ik niet zeggen dat ik ernaar uitkijk jarenlang naast een bouwsite te wonen. We zullen onze woonplannen dus moeten aanpassen.
Edoch – zover zijn we nog niet. Voorlopig staat de site er nog: naar het schijnt loopt het project vertraging op dus mij zorgen maken heeft dan ook geen zin. Ta panta rhei weet u wel. Ik kan me beter bezighouden met vast te leggen wat er wél nog is.
Dus geniet even mee van wat ik tot nu toe gecapteerd heb:
Na een lange en koude winterslaap is het tijd die lagen kleren af te stropen en kijken naar de ravage.
Het verdict:
Isolerende vetlaag tussen knieën en solar plexus: check.
Zwembandje: check.
Reservekin: check (2).
Conditie: -5. Of is het normaal na drie rondjes trappen even op adem te moeten komen. Ik dacht het niet.
Pakweg tien jaar geleden, toen ik nog een ranke hinde was (hey, it’s my fantasy!), ging dat wintervet er even makkelijk weer af als dat er was bijgekomen en was mijn conditie als vanzelf weer de oude na wat gefiets en gedans. Of zo lijkt het toch.
Deze keer weet ik dat de vlieger niet zal opgaan, of misschien wel een beetje opgaan om vervolgens terug ter aarde neer te storten wegens te zwaar geladen. Het is tijd voor actie! Niet om te voldoen aan een schoonheidsideaal, maar vooral om mezelf wat fitter te voelen in een wat strakker lijf. Om zonder problemen trappen op te vliegen of een paar baantjes te trekken in een zwembad.
Actie dus. Hoe pak je het wegwerken van die extra pondjes nu praktisch aan? Eerst eens kijken naar de oorzaken.
Ten eerste is mijn eetpatroon te ongezond: veel snoepen, weinig zelf koken, vaak uit eten, te vaak een snelle hap verkiezen, regelmatig alcohol… het draagt bij tot wat extra kilo’s en wordt op den duur een slechte reflex: in plaats van water te drinken, krijg ik zin in bijvoorbeeld een Nalu wat een suikerbom is. Prima, dat is dus een kwestie van gezondere eetgewoontes te kweken. Been there, done that, can do it again: minder vlees, suikers, vetten en koolhydraten, meer water, groenten, noten, gezonde suikervervangers en kleinere porties.
Ten tweede heb ik in tegenstelling tot tien jaar geleden amper beweging: ik heb een kantoorjob, een auto en een absolute hekel aan lopen. Ik vind het saai en de pollen zijn mijn vijand. Fietsen en zwemmen ook, eerlijk gezegd. Vaarwel dromen van een Tri-City-Athlon. Fitness? Ik heb twee oude abonnementen die hier ergens liggen slingeren. Er was een patroon: er enthousiast aan beginnen met vrienden, drie keer per week gaan trainen, dan kwam er iets tussen, dan was het te mooi weer, dan had ik weer geen goesting en toen was ik plots die kaart kwijt. Groepssport? Daar zit misschien nog iets in, maar eerst moet die conditie wat beter zijn want na een opwarmrondje puffend en hijgend aan de kant staan maakt geen goede indruk. Dus, knellend schoentje gevonden: hoe zorg ik ervoor dat ik op regelmatige basis beweeg? Hoe kweek ik een bewegingsreflex?
De oplossing kwam er in de vorm van… het internet. Ziekenfonds Partena zocht namelijk bloggers om hun Beweegstudio uit te testen. Zoals te lezen stond: “Met de Beweegstudio willen we mensen door middel van “personal coaching” helpen om fitter door het leven te gaan en dit ook vol te houden. Elk op zijn/haar eigen niveau, elk volgens zijn/haar eigen doelstellingen, …”. Ha! Fitter! Volhouden! Eigen niveau! Music to my ears.
Wat betekent dat nu praktisch? Wel, ik krijg drie maanden lang een persoonlijke begeleiding van personal coach Jan om mijn doelstelling te halen: fitter zijn. Het intake moment bestond uit een kennismakingsgesprek over mijn fysieke voorgeschiedenis (ex-roker, drie jaar lang intensief bewogen, loopaversie, etc) en een reeks testen op conditie, hartslag, cholesterol, evenwicht en zulks meer.
De wijkagente stond voor de deur. Ik zat onder de verf. Of ze de inspectie kon doen om de domicilie te regelen. Ze was blond, beleefd en paste goed in haar uniform. Alsof ik dat kon weigeren.
Ik leidde haar rond in het lege, witte huis en terug beneden vroeg ze me of ik de buurt wat kende. We wonen er nog niet officieel maar toch deed deze buurt me wat denken aan Ledeberg: een socio-culturele mix, redelijk gemoedelijk met wat handelszaken. Zij lichtte de andere kant toe: ex-criminelen, heroïneverslaafden, pedofielen, inbraak, vandalisme en gaf ons een aantal Tips Om Te Overleven In De Buurt. Ze overhandigde haar kaartje. “Bel maar of spreek me aan op straat als je iets verdachts gezien hebt.” Bellen? Op straat aanklampen? Yes Ma’m!