Oef. We zijn net terug van een weekendje rondhangen in de Wondering Gardens van de Boys. Ik heb er intens genoten van de zon, de verfrissende regen, de rosé, het inspirerende gezelschap, de geweldige kippen en het groen, groen, groen. Ik hou van natuur, van beestjes en plantjes en de aarde voelen tussen mijn handen, vandaar dat ik zo blij ben met onze tuin. We mogen er dan nog maar zes maanden wonen, de huisbazin heeft er blijkbaar even hard van gehouden en dus bloeit, groeit en tiert het groen er welig, met soms iets teveel enthousiasme.
Zo heeft een Japanse duizendknoop er zijn zinnen op gezet de tuin over te nemen. Het is een kleine ecologische ramp. Volgens Alys Fowler, in haar boek ‘De Creatieve Tuinier’, is de beste manier om daarvan af te geraken te verhuizen. Dat zijn we nog niet meteen van plan dus ben ik deze avond de jungle ingedoken om de vijand te lijf te gaan, in ware groene rambostijl. Of Green Giantstijl. Of vermomd als Green Goblin. In ieder geval als iets groens en gemeens. Grrrrrr!

Twee uur later heb ik gewonnen. Dit gevecht althans.

Wake up
It’s a beautiful morning
Honey, while the sun is still shining
Wake up
Would you like to go with me?
Honey, take a run down to the beach
Oh, llama
I wanna go surfing
Oh, llama
I don’t care about nothing
Down, down baby
Down by the rollercoaster
Sweet, sweet baby
I’ll never let you go (X 4)
[The Drums - Let's Go Surfing]

Net terug van een paar dagen zuidwaarts om met oude vrienden feest te vieren. Het werd meteen een goed excuus om wat langer te blijven hangen in de streek. We huurden een kamer in een hotel met thalassotherapie ofte een kuuroord waar je je mits badpak, dito muts en slippers mocht overgeven aan de weldadige werking van de oceaan.
Diezelfde oceaan die twintig meter van het kuuroord lag.
Needless to say dat ik de badmutsdragende generatie “Adieu” heb gewuifd en naar de Atlantische gestapt ben om met mijn pootjes in haar sop te peddelen.
Ik weet niet hoe dat met u zit, maar water heeft een zeer kalmerend effect op mij. Staren naar het ogenschijnlijke niets en mijn warrige hoofd tot rust voelen komen. Mijn wapperende manen langs mijn oren voelen flapperen terwijl de golven hun monotone mantra opdreunen. ’s Nachts baande het geluid zich een weg tot in de slaapkamer in combinatie met een zilte zeebries.
Ik heb even mijn vuile was buitengehangen en ben terug naar huis gereden met wat minder zware en frissere bagage. Thalassothérapie nature.
Even eruitgestapt.
Even gehapt en herkauwd.
Tijd om weer op te duiken.

De laatste maanden neem ik vaker foto’s in een gecontroleerde omgeving (studio-achtig laat ons zeggen), omdat ik gemerkt heb dat het een helse klus is om het tegenlicht, bewegingen, contrast etc in te kunnen schatten in een niet-gecontroleerde omgeving.
Op de Brussels Girl Geek Dinner deze zondag leek het me echter weer het moment mijn Nikon D50 boven te halen, deze keer met een van Sophies lenzen, een Nikon 28-80mm. De foto’s op zich waren niet denderend, ook gewoon omdat ik de ISO waarde vergeten aan te passen was, maar na een zware nabewerking in LightRoom, kunnen ze ermee door en vind ik ze zelf best leuk.
Het allerbelangrijkste echter is dat ik me weer eens geamuseerd heb op een event bij het fotograferen. Er waren leuke mensen, er viel genoeg te beleven en te zien, er was taart en de sfeer zat goed. Ik ben vooral blij dat je dat merkt in de foto’s.

De enige echte Ed Templeton met ‘The Cemetery of Reason’ te zien in het S.M.A.K., Gent

De enige echte @boskabout
» Continue Reading…
- May 10th, 2010
- Posted in Evenementen, Fotografie
- Tagged BGGD28, brusselsgirl, brusselsgirlgeekdinner, ed templeton, electrified, Fotografie, hacking public spaces, organoon, roberta gigante, SMAK, the cemetery of reason, vooruit
- 2 Comments
Ademen is een primaire reflex, je staat er zo goed als nooit bij stil.
Tot het niet zo gesmeerd loopt…
Ieder jaar wordt de lucht namelijk mijn vijand, want ze draagt niet enkel O2 met zich mee maar zit tjokvol stoffen waar mijn lichaam geen raad mee weet. Waar mijn lichaam tegen vecht. En zo keert datzelfde lijf zich plots tegen mij. Het begint met het inademen of innemen van stof, pollen, grassen, vervuilde lucht of gelijk welke trigger dat mechanisme in gang kan zetten. Vervolgens kuch ik, en wordt dat steeds hardnekkiger, gaat het over in een heftige hoestbui zodat ik uiteindelijk piepend naar lucht hap en klauw. Mijn keel is rauw, mijn hoofd bonkt van dat geweld, mijn schouderbladen stijf van die heftige beweging, mijn lijf moe van de inspanning.

Het is vechten, een hele lente lang.