Ik ben een wereldverbeteraar. Geef mij een barricade en ik klauter erop. Geef mij een braakliggend stuk grond en ik plant er een boom. Geef mij een goed doel en ik help graag mee.
Ik ben ook een egoïst. Ik wil de wereld niet verbeteren voor u of de kinderen van mijn buren, ik wil de wereld een betere plaats maken voor mezelf. Als ik nu al hijgend en piepend een heuvel opfiets bij warm weer, wat wordt dat binnen 15 jaar.
Dat goede doel is dus in de eerste plaats ikzelf. Als u en de kinderen van de buren daar op enige wijze beter van worden is dat mooi meegenomen.
Toen er aan de deur werd gebeld vorige maand stond daar een jongeman, met in zijn hand een hoopje papieren en formulieren en op zijn kin een alleraardigst sikje. Hij leek me ook een wereldverbeteraar. Nadat hij de Lolalakmoesproef had doorstaan, sloten we een pact: ik zou zijn organisatie financieel en mentaal steunen en in ruil kreeg ik zijn dankbaarheid en een glimlach. Lola kreeg een aaitje. Ik wenste hem veel succes en zwaaide hem uit.
Twee weken later zat er een postkaart in de brievenbus.
Beste Lama en Lola,
Zeer welbedankt voor jullie steun. Nu kunnen we de wereld verder een betere plaats maken.
Alwyn
Geen tegenadres. Gewoon rechttoe, rechtaan: bedankt.
Mooi.
En u? Zit er in u een wereldverbeteraar?

Ik denk van wel, maar ik vind nooit de energie om er iets aan te doen. Ik zie meteen alle obstakels en raak al van in het begin ontmoedigd. Het ik-sta-alleen-gevoel, denk ik.
En dat was retorisch, ik weet het.
Mijn vraag was niet retorisch.
De wereld verbeteren kan ook in kleine stapjes, die minder energie kosten. Is allemaal zo moeilijk niet. Denk ik dan…
Allemaal waar, maar ik zie altijd alleen maar het geheel. Zo ook met mijn studies, ik zie de zaken niet vak per vak of zelfs hoofdstuk per hoofstuk, neen, ik zie heel de boel als een grote berg die in de weg staat en ik heb meer energie nodig om mezelf aan te manen er aan te beginnen dan dat ik er nodig heb om het werk zelf te doen.
Op zo’n manier de wereld verbeteren staat dus garant voor depressief worden, toch in mijn geval.
Ik probeer altijd heel vriendelijk te zijn tegen alles en iedereen, ook al zijn ze sacherijnig, ik geloof wel dat een lach besmettelijk is net als een zure smoel.
Ook probeer ik zo min mogelijk materie te bezitten zodat het ook niet weggesmeten moet worden.
Voor de rest gaat het alleen over mij!
Ik werk bij een ngo die zich op grote schaal inzet in het zuiden (en het noorden!) voor een betere wereld. Maar ik stort zelden voor het goede doel… (ik steek liever zelf de handen uit de mouwen)
Ik sorteer, neem zo veel mogelijk het openbaar vervoer en ben vegetariër. Het is niet genoeg om de wereld echt te verbeteren, maar alle beetjes helpen…..Toch?